18 mei 2026
Na de zeer verontrustende uitspraken die op 7 mei aan de VU te horen waren tijdens het evenement waarbij de Israëllobby was uitgenodigd en kritische deelnemers niet welkom waren en zelfs werden aangevallen, zou onze stad opnieuw een spreker uit hetzelfde milieu verwelkomen. Dit keer gaat het om de intellectueel Eva Illouz, die op 20 mei de Evelien Gans-lezing houdt in De Balie, een evenement dat door Arnon Grunberg zal worden gemodereerd.
Wat ons betreft verdienen haar standpunten geen legitimering. Wij willen het publiek eraan herinneren dat Grunberg zes jaar geleden, tijdens de Nationale Herdenking van 2020, sprak over de erfenis van de Holocaust. Hij waarschuwde toen voor giftig taalgebruik en het in hokjes plaatsen van groepen. Wij stellen dat dit precies is waar Illouz de afgelopen jaren bekend om is geworden.
Illouz verpakt haar standpunten in hoogdravende taal en observaties die zich voordoen als kritisch, maar in werkelijkheid misleidend zijn. Haar ideeën dehumaniseren mensen en dragen bij aan de ondermijning van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals vastgelegd in de Grondwet en internationale verdragen.
Volgens Eva Illouz is het begrip ‘kolonialisme’, bijvoorbeeld, niet geschikt om de historische en politieke context van Israël te duiden. Ze beweert dat het ‘onrechtmatig’ is dat Palestijnen en ‘mondiaal links’ een antikoloniaal perspectief innemen. Daarmee gebruikt zij dezelfde taal die zionisten al decennialang hanteren om de Nakba te ontkennen. Maar de historische en voortdurende onteigening die Palestijnen ondergaan door kolonisatie, landroof en etnische zuivering — de ongoing Nakba — is onmogelijk te negeren, zeker in het licht van de Joodse terreur op de Westelijke Jordaanoever. Daarover hebben we Illouz nauwelijks gehoord.
In augustus 2025, toen dagelijks talloze burgers werden getroffen door zware bombardementen in Gaza, schreef zij in een artikel getiteld Wat moet een Joodse intellectueel in tijden als deze doen? dat ‘miljoenen mensen ontheemd raakten na de Tweede Wereldoorlog en hun lijden grotendeels is vergeten — behalve dat van de Palestijnse vluchtelingen.’ Vervolgens vraagt zij zich af waarom juist hun geschiedenis niet is vergeten. Dit argument is een bekend cliché dat suggereert dat de Palestijnse vluchtelingenkwestie overdreven of zelfs geconstrueerd zou zijn — mogelijk zelfs als antisemitisch narratief.
Een andere uitspraak van haar is: ‘De wereld moet de Joden — de meest vervolgde mensen op aarde — toestaan in vrede te leven op een klein stukje land.’ Dat zij Israëliërs de meest vervolgde mensen op aarde noemt, vinden wij schandalig. Zeker gezien het feit dat twee miljoen mensen vastzitten en proberen te overleven in de helft van Gaza, een gebied waar Israël vrijwel alle levensvoorwaarden heeft vernietigd. Haar uitspraak ontkent niet alleen de bezetting, maar suggereert ook dat Israëliërs vrede zoeken terwijl de vernietigingsoorlog brede steun geniet.
Israël heeft echte vijanden, waarschuwt zij vaak op internationale podia, ‘die de afgelopen decennia grotendeels door Iran worden gesteund en die niet alleen uit onschuldige slachtoffers bestaan… Sommigen van hen zijn ongetwijfeld slachtoffers, maar ze zijn niet onschuldig.’ Volgens Illouz bestaan er dus geen ‘onschuldige slachtoffers’ onder de vijanden van Israël. Dit staat haaks op Grunbergs woorden tijdens de Nationale Herdenking: ‘Als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.’ De formulering ‘er bestaan geen onschuldige slachtoffers’ wordt in Israël vaker gebruikt om de massamoord in Gaza te rechtvaardigen. Met zulke uitspraken heeft Illouz volgens ons een fundamentele morele grens overschreden richting het kamp van degenen die genocide actief verdedigen.
Hoewel Illouz geen aanhanger van Netanyahu is, roept zij de internationale gemeenschap op steun te geven aan ‘de vele Israëli’s die strijden voor hun democratie en tegen het beleid van Benjamin Netanyahu, in plaats van hen te boycotten.’ Daarmee gaat zij voorbij aan wat ‘hun democratie’ betekent voor Palestijnen, die leven onder een systeem van apartheid dat hun rechten structureel beperkt. In Israël en de bezette gebieden leeft ongeveer de helft van de bevolking zonder gelijke rechten of onder militaire bezetting. Dit is de democratie die Illouz verdedigt.
Wij horen vaak van Israëlverdedigers, onder wie Illouz, dat ‘Israël het recht heeft om te bestaan’, terwijl in het internationaal recht dit idee niet bestaat. Staten hebben wel recht op territoriale integriteit en zelfverdediging, maar ook verplichtingen onder het internationaal recht. Hun legitimiteit hangt samen met die rechten en verplichtingen. Op de vraag ‘Heeft Israël volgens u het recht om te bestaan?’, een vraag die geen onderscheid maakt tussen een staat, een volk en een politiek regime, zou daarom een wedervraag moeten volgen: ‘Had het apartheidsregime in Zuid-Afrika volgens u het recht om te bestaan?’
Wij verwachten dat Illouz dit soort uitspraken opnieuw zal doen. Daarom vestigen wij de aandacht op haar woorden en op wat zij in deze context betekent. Daarbij denken wij ook aan Grunbergs vraag uit een van zijn columns: hoe kon een genocide plaatsvinden na Auschwitz?
Dat komt onder andere doordat veel Israëlische intellectuelen, in plaats van genocide te documenteren en te bestrijden, de buitenwereld beschuldigen en klagen over een zogenaamde antisemitische wereld die hen boycot. Illouz maakt deel uit van dit koor van ontkenning. Wij zijn diep verontrust dat Amsterdam juist in de maand waarin wij oorlogsslachtoffers herdenken opnieuw een podium biedt aan deze ontkenning.
Hilla Dayan, gate48
Erella Grassiani, gate48
Shifra Kisch, gate48
Tory Egherman, gate48
Lenn Rosenkilde, Erev Rav
Zyanya Breuer, Erev Rav
Joska Kruijssen, Erev Rav
Sara Espi Jacobson, Erev Rav
Simcha Zijlstra, campaigner & opiniemaker

